Aanbod Onze aanpak Noodnummers Verzekeringsdocumenten Interessante links



Parameters die de premie van de schuldsaldoverzekering bepalen ?


* de leeftijd van de verzekerde

* beroep of sportactiviteit van de verzekerde

* geslacht van de verzekerde

* het al dan niet roker / rookster zijn

* looptijd van het krediet

* rentevoet van het krediet

* het te verzekeren overlijdenskapitaal

* het aantal te betalen premies

* de fiscale aftrekbaarheid van de premie !

* de fiscale behandeling bij overlijden !


Maw : De keuze van maatschappij is maatwerk waarbij enkel een ONAFHANKELIJK MAKELAAR u correct advies geeft na onderzoek van de markt ! Aan U de keuze .....


Grootbanken beschikken enkel over hun EIGEN VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ en zijn dus totaal NIET OBJECTIEF !!!



Wat is een schuldsaldoverzekering  (SSVZ) ?


De schuldsaldoverzekering behoort tot de groep van de levensverzekeringen waarbij enkel een dekking wordt voorzien bij overlijden van de verzekerde binnen de einddatum van het verzekeringscontract.

Ze waarborgt bij overlijden van de verzekerde de terugbetaling van het verzekerde deel van de nog uitstaande schuld.

Dit verzekerde deel kan bij onderschrijving van de polis meestal vrij door de kredietnemer bepaald worden. Zo kan bijvoorbeeld bij echtgenoten elke partner 100% verzekeren, of de man 60% en de vrouw 40%, elk 50%

Bij het verzekeringscontract zijn steeds 4 juridische personen betrokken.

·        De verzekeraar is de maatschappij die de premie ontvangt en het risico draagt (de verzekeringsinstelling);

·        De verzekeringnemer ondertekent de polis en betaalt de premies. Hij is eigenaar van de polis;

·        De verzekerde is degene op wiens leven de verzekering gesloten is. Van zijn overlijden hangt af of de gewaarborgde prestaties moeten uitgekeerd worden. In deze context zijn verzekeringnemer en verzekerde meestal dezelfde persoon;

·        De begunstigde is degene die de uitkering zal ontvangen bij overlijden van de verzekerde. De financiële instelling zal de begunstiging aanvaarden. Dat wil zeggen dat bij overlijden van de verzekerde het op dat ogenblik verzekerd kapitaal zal aangewend worden om het verschuldigd blijvend saldo van de lening af te lossen.

De duur van de polis is gelijk aan de duur van de lening. De verzekeringnemer heeft wel het recht om de polis op te zeggen/de termijn te verkorten in het geval zijn lening volledig/gedeeltelijk vervroegd zou terugbetaald zijn. De verzekering zal steeds uitbetalen wat contractueel overeengekomen is, ongeacht het werkelijk saldo van de lening. Is het uitgekeerde bedrag van de verzekering hoger dan de uitstaande schuld, dan zal na afkorting van het kredietsaldo, het saldo uitgekeerd worden aan de begunstigde (zie verder voor de taxatie).

De premies kunnen in 1 keer voldaan worden (= koopsom), ofwel wordt een premie betaald gedurende twee derde van de duur van de verzekering. Voor een krediet van 10 jaar zijn dat 6 jaarpremies, voor een krediet van 20 jaar 13 jaarpremies

Meerdere factoren bepalen de hoogte van de premie. De duur van de verzekering, de leeftijd van de verzekerde, een man betaalt doorgaans een hogere premie dan een vrouw, de duur van de premiebetaling, de gezondheidstoestand van de verzekerde, het beroep of de sportactiviteit ( = risico), is de verzekerde roker?


De fiscaliteit van de premie


Iedere belastingplichtige heeft recht op een aftrekbare korf, waarin zowel premies van levensverzekering als van kapitaalsaflossingen van een hypothecaire lening horen. Voor het aftrekbare bedrag verwijs ik naar een andere plaats.

De voorwaarden waaraan het contract moet voldoen om vermindering te kunnen genieten voor de betaalde premies zijn:

·        De belastingplichtige is verzekeringnemer en verzekerde;

·        De begunstigde bij overlijden is de echtgenoot of een bloedverwant tot de 2° graad;

·        De begunstigde bij leven is de belastingplichtige;

·        Het contract moet minsten 10 jaar lopen en moet aangegaan zijn vóór de leeftijd van 60 (vrouw) of 65 (man);

·        Het contract moet afgesloten zijn in België.

Jaarlijks zal de verzekeringnemer een bewijs van premiebetaling ontvangen. Indien de premie in mindering wordt gebracht moet dit bewijs bij de aangifte gevoegd worden.

Aangezien u niet gebonden bent aan een verzekeringsmaatschappij, gaan wij samen met u op zoek naar de voordeligste polis. De voordeligste premie met oog voor een zo groot mogelijk fiscaal voordeel in functie van uw inkomen, de aflossingstabel van het woonkrediet (afgekort kapitaal), de grootte van de premie. Wie argeloos voorbijgaat aan deze elementen kan veel fiscaal voordeel mislopen: een extra gratis service van ons!

Hoe wordt de uitkering van kapitaal van een schuldsaldoverzekering bij overlijden belast in de personenbelasting?

Indien de schuldsaldoverzekering wordt uitgekeerd, en de premies hebben aanleiding gegeven tot belastingvermindering, dan wordt de aangeduide begunstigde belast. Tot en met aanslagjaar 2000 gold, dat ook indien slechts vermindering was bekomen voor de kapitaalaflossingen, de eerste begunstigde werd belast (bij ontstentenis de subsidiair aangeduide begunstigde), ongeacht of deze begunstigde het kapitaal al dan niet ontvangt, ongeacht of hij de begunstiging heeft aanvaard.

Tot beloop van het bedrag van de schuldsaldoverzekering dat dient tot waarborg van de hypothecaire lening wordt de belastingplichtige-begunstigde belast via het systeem van de omzettingsrente. Indien het saldo van het uitgekeerde kapitaal groter is dan het saldo van de lening, wordt het verschil eenmalig belast tegen 10%.

De omzettingsrente houdt in dat de belastingplichtige gedurende 10 of 13 jaar (afhankelijk van zijn leeftijd bij het ontvangen van het kapitaal) belast op een bedrag gelijk aan 1 à 5% van het ontvangen kapitaal. Deze omzettingsrente wordt als volgt bepaald:


LEEFTIJD BIJ DE

UITBETALING


PERCENTAGE


40 jaar en minder


1


41 jaar tot 45 jaar


1,50


46 jaar tot 50 jaar


2


51 jaar tot 55 jaar


2,50


56 jaar tot 58 jaar


3


59 jaar tot 60 jaar


3,50


61 jaar tot 62 jaar


4


63 jaar tot 64 jaar


4,50


65 jaar en ouder


5


Deze fictieve rente zal gedurende 10 of 13 jaar moeten aangegeven worden, afhankelijk van de leeftijd van de begunstigde bij uitkering:

·        Jonger dan 65 jaar : 13 keer aangeven

·        65 of ouder : 10 keer aangeven

Een voorbeeld: Jan (40j) en An (39j) zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Jan overlijdt in het vijfde jaar van de lening, zodat 42.637 EUR wordt uitbetaald (aan de bank, ter afkorting van de schuld).

An zal gedurende 13 jaar een bedrag van 426,37 EUR moeten aangeven in de personenbelasting (1% van 42.637).

INDIEN DE RENTE EEN CONTRACT BETREFT WAARVOOR GEEN VERMINDERING WERD BEKOMEN VOOR DE PREMIES, DAN MOET VANAF AANSLAGJAAR 2001 DEZE RENTE NIET MEER WORDEN AANGEGEVEN (WET VAN 17/05/2000).


Er bestaan 3 keuzemogelijkheden tot betaling van de verschuldigde premies:

1.      De koopsom => Dit is een eenmalige premie te betalen bij de aanvang van het verzekeringscontract.

2.      De vaste jaarlijkse premies

Het aantal verschuldigde jaarpremies is afhankelijk van de looptijd van het krediet:

·        Voor een krediet van 20 jaar betaalt men gedurende de eerste 13 jaar premies;

·        Voor een krediet van 15 jaar betaalt men 10 jaarpremies;

·        Voor een krediet van 10 jaar betaalt men 6 jaarpremies.

3.      De risicopremies

Bij deze optie worden de premiebetalingen over de volledige looptijd van het krediet verdeeld. De premies worden jaarlijks herberekend, rekening houdend met de leeftijd van de verzekerde en met de terugbetalingen volgens een theoretisch aflossingsplan.

Ook het geslacht van de verzekerde bepaalt mede de grootte van de premie.

Ter vervanging van de SSV kan een bestaande levensverzekering eveneens in aanmerking komen. De resterende looptijd en het verzekerd kapitaal moeten minstens gelijk zijn aan de krediettermijn en het te ontlenen bedrag.




Tips & tricks !

 

Schuldsaldoverzekering voor samenwonenden


·         Tot voor 1 januari 2004 moesten feitelijk samenwonenden in hun schuldsaldoverzekering een bloedverwant tot de tweede graad (ouder, grootouder, broer of zus, ...) opgeven als begunstigde om te kunnen genieten van de belastingvermindering op het lange termijn- of bouwsparen met betrekking tot de premies. Met alle gevolgen vandien. Want wanneer de samenwonende in dit geval onverwachts overlijdt, zal de bloedverwant (vader, broer of zus, ...) op de uitbetaling belast worden hoewel hij eigenlijk geen euro te zien krijg want het kapitaal van de verzekering gaat in principe naar de bank als pand ter delging van de lening en de woning gaat in de praktijk meestal naar de samenwonende partner. Van een oneerlijke situatie gesproken. In dit verband werd de fiscus door de rechter al meerdere malen in het ongelijk gesteld.

Sinds januari 2004 zijn wettelijk samenwonenden wat betreft de personenbelasting gelijkgesteld met gehuwden en kunnen zij, net als gehuwde partners, gewoon elkaar opgeven als begunstigde en toch van de fiscale vermindering genieten. Het volstaat in dit geval om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen op de burgerlijke stand en de begunstiging te wijzigen. Bovendien werd door de nieuwe regeling van de aftrek enige en eigen woning een oplossing geboden voor de bovenvermelde problematiek. Voor leningen die afgesloten zijn vanaf 1 januari 2005 onder het nieuwe systeem, geldt immers de voorwaarde dat de begunstigde van de schuldsaldoverzekering ook diegene moet zijn die de woning zal erven. Door deze nieuwe bepaling wordt komaf gemaakt met de hierboven beschreven schrijnende toestanden.

(22 maart 2005)


Moet men steeds de premies van de schuldsaldoverzekering aangeven?


·         Onder de nieuwe fiscale regeling heeft de belastingplichtige recht op één globale aftrek, de zogenaamde aftrek "enige en eigen woning". Die aftrek "enige en eigen woning" geldt globaal voor interesten, kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering en gemengde levensverzekering. De belastingplichtige mag daarbij kiezen welke betalingen in aanmerking zullen genomen worden.

Het maximaal plafond voor de "aftrek enige en eigen woning" bedraagt 2.550 EUR per belastingplichtige (i.e. 1.870 EUR basisaftrek, 620 EUR bijkomende aftrek plus 60 EUR indien meer dan 3 kinderen per gezin). Dit maximaal aftrekbare bedrag wordt in principe reeds bereikt bij een krediet van ongeveer 65.000 tot 70.000 EUR. Aangezien dit maximaal bedrag in de praktijk reeds zal bereikt worden door de interesten en de kapitaalaflossingen, zal het vaak niet meer zinvol zijn om de premies van de schuldsaldoverzekering aan te geven. Dit zal immers de aftrek enige en eigen woning niet verhogen. In dat geval doet men er goed aan om de premies voor de schuldsaldoverzekering niet in de belastingaangifte te vermelden, al was het maar om een belastingheffing over de uitkeringen te vermijden.

(10 maart 2005)


Bespaar geld dankzij het nieuwe fiscale stelsel inzake hypothecaire leningen 


·         Onder het nieuwe regime inzake leningen dat sinds 1 januari 2005 van kracht is, is er één enkel plafond ingevoerd wat betreft het maximumbedrag van de aftrek. De maximale aftrek bedraagt 2.550 EUR per belastingplichtige (i.e. 1.870 EUR (basisaftrek) + 620 EUR (enige woning) + 60 EUR (voor gezin met 3 kinderen of meer). Afhankelijk van de hoogte van de rentevoet, de duur van de lening en de gekozen leningsformule zal dit plafond in principe reeds bereikt worden indien een lening afgesloten wordt van ongeveer 65.000 EUR tot 70.000 EUR.

Gelet op het feit dat het vanuit fiscaal oogpunt zal volstaan om een som te ontlenen tussen een bedrag van 65.000 EUR en 70.000 EUR (nog iets te verhogen om rekening te houden met een inflatie van 2% of 3%) om het maximaal plafond inzake aftrek op te vullen, kan het fiscaal interessant zijn om de lening te splitsen in een "fiscaal deel" en een "niet-fiscaal" deel. Met "fiscaal deel" wordt bedoeld de lening voor een bedrag dat volstaat om de maximale fiscale aftrek (waarop u mogelijk recht heeft) te kunnen genieten. Het is niet altijd zo'n eenvoudige opgave om dit "fiscaal deel" te bepalen. Laat daarom uw "fiscaal deel" berekenen op basis van de concrete feiten.

Enkel voor het "fiscaal deel" dient de belastingplichtige een hypothecaire inschrijving te nemen. Het "niet-fiscaal" deel kan gewaarborgd worden door middel van een hypothecaire volmacht. Dit kan een interessante manier zijn om notariskosten en registratierechten te verminderen.

(28 februari 2005)